Posts tonen met het label Efeziërs 5. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Efeziërs 5. Alle posts tonen

maandag 10 december 2007

Greg Boyd over het huwelijk

Op zijn weblog (Random Reflections) schrijft Greg Boyd over het huwelijk. Hierbij een vertaling van een fragment uit dit artikel:
In zijn betoog over instructies aan mannen en vrouwen herinnert de apostel Paulus hen eraan dat alle volgelingen van Jezus zich aan elkaar moeten onderwerpen, ongeacht sociale status, geslacht of ras. Dus echtgenoten moeten elkaar onderdanig zijn (Efeziërs 5:21).

Terwijl huwelijken die onder "de vloek" zijn gekarakterizeerd dreigen te worden door machtsspelletjes waarbij de partners erlkaar proberen te overheersen en te controleren (Genesis 3:15), moeten huwelijken van "het Koninkrijk" gekenmerkt worden door het tegenovergestelde te doen. Mannen en vrouwen moeten zich aan elkaar onderwerpen. Een huwelijk kan het Koninkrijk van God inzoverre reflecteren als mannen en vrouwen christen (christus-gelijkvormig) zijn voor elkaar.

maandag 7 mei 2007

Het hoofd van de synagoge

Het Griekse woord voor hoofd is kephale. Ik heb het daar eerder over gehad, zie:
Hoofd van het gezin
De betekenis van hoofd
Hoofd in de Septuaginta
Hoofd in het Nieuwe Testament

Het Judaïsme uit de eerste eeuw kende de functie: hoofd van de synagoge. De Hebreeuwse titel is: rosh ha-keneset (hoofd van de samenkomst).
Als het Griekse kephale (hoofd) dezelfde figuurlijke betekenis kan hebben als het Hebreeuwse rosh (hoofd), dan zou je als Griekse vertaling van rosh ha-keneset een samenstelling van de woorden kephale en synagoge (samenkomst) verwachten. Maar als Griekse vertaling vinden we archisynagogos. Dit is samengesteld uit arche (leider) en synagogos (de vergadering.) Blijkbaar heeft kephale (hoofd) niet de metaforische betekenis van arche (leider), terwijl rosh wel deze figuurlijke betekenis heeft.

Het woord archisynagogos wordt gebruikt in Marcus 5:21-43 (enkele malen), in Lucas 8:49 en 13:14 en in Handelingen 13:15, 18:8 en 18:17.

vrijdag 31 maart 2006

Wederzijdse onderdanigheid

Vervolg op: Slavernij en de huishoudcodes en Huishoudcodes

Efeziërs 5:21 spreekt over onderdanigheid (NBG vertaling, de NBV heeft het hier niet over onderdanig zijn, maar over gezag accepteren. Naar mijn mening is dat hier een minder geslaagde vertaling.)

Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here
Het woord onderdanig zijn komt in de meest betrouwbare handschriften niet in deze tekst voor. Het woord wordt feitelijk "geleend" vanuit de vorige tekst. Er staat in het Grieks zoiets als:

... weest elkander onderdanig in de vreze van Christus, vrouwen aan uw man als aan de Here ...
Dit maakt duidelijk dat vers 22 onafscheidelijk verbonden is met vers 21. Dat betekent dat vers 22, het vers waarmee het gedeelte van de huishoudcodes begint, een uitwerking van vers 21 is. Met andere woorden, het gedrag dat Paulus hier in de huishoudcodes beschrijft, is de uitwerking van het elkaar onderdanig zijn in de (toenmalige) praktijk van alledag.

Vers 21 is op zichzelf weer onderdeel van een hele lange zin, die in vers 18 begint. Het eigenlijke gebod in dit gedeelte staat dan ook in vers 18:

laat de Geest u vervullen
Vervolgens worden (in één lange zin) de gevolgen of uitingen van dat geestvervulde leven opgesomt.

Laat de Geest u vervullen

  • al sprekend tot elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen
  • al zingend en jubelend in uw hart voor de Heer
  • altijd God dankend voor alles in Jezus' naam
  • u onderwerpend aan elkaar uit eerbied voor Christus
Een uiting van het geestvervulde leven is dus wederzijdse onderdanigheid. Vervolgens geeft Paulus voorbeelden van hoe die wederzijdse onderdanigheid vorm krijgt in de sociaal-maatschappelijke structuren van zijn tijd.

Aan ons nu de uitdaging om het geestvervulde leven zijn uitwerking te laten krijgen in de sociaal-maatschappelijke structuren van onze tijd...

woensdag 29 maart 2006

Slavernij en de huishoudcodes

Vervolg op: huishoudcodes

Het gevolg van het wegvallen van onderscheid in de relaties die in de huishoudcodes beschreven worden zien we in de geschiedenis van Filemon en Onesimus.
Paulus maakt op subtiele (en tegelijkertijd dringende) wijze duidelijk dat, hoewel naar wereldse maatstaven gerekend Filemon eigenaar van Onesimus is, er nu sprake is van een geheel andere verhouding:

Misschien hebt u hem korte tijd moeten missen om hem voor altijd terug te krijgen, niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder. Voor mij is hij dat al, hoeveel te meer moet hij het dus voor u zijn, zowel in het dagelijks leven als in het geloof in de Heer. (Filemon 15-16)
De christelijke kerk heeft deze principes redelijk goed begrepen. Rond de eerste millenniumwisseling was slavernij in Europa nagenoeg afgeschaft. (Helaas werd het in de 15e eeuw weer ingevoerd...)
Ook in onze tijd zijn we van mening dat slavernij in strijd is met de christelijke naastenliefde.

Het vreemde is, dat slavernij wel afgeschaft is, maar de onderwerping van de vrouw (door bepaalde groepen) niet. Als je een pleidooi voor slavernij zou willen houden, dan vind je daarvoor in de Bijbel veel meer grond dan voor de onderwerping van de vrouw. Waarom vindt men het (terecht) gerechtvaardigd om slavernij exegetisch te verklaren als een instituut van de toenmalige maatschappij, terwijl men de onderwerping van de vrouw als goddelijk instituut ziet?

In Efeziërs 5:21-6:9 wordt nergens aan de mannen opgedragen om hun vrouwen te onderwerpen. Er wordt slechts aan vrouwen gevraagd om onderdanig te zijn. Bijbeluitleggers geven aan dat het hier (vers 22) gaat om een vrijwillige actie, die voortvloeit uit het elkaar onderdanig zijn.
Binnenkort wil ik hier verder op ingaan.

Huishoudcodes

In Efeziërs 5:21-6:9 is sprake van huishoudcodes. Het was voor Griekse filosofen vrij gebruikelijk om instructies voor het besturen van het huishouden te schrijven. Aan deze regels werd in de Grieks-Romeinse samenleving zeer veel waarde gehecht.

In deze huishoudcodes werd één persoon aangesproken; de zogenaamde paterfamilias. Drie relaties van deze paterfamilias komen aan de orde:

  • zijn relatie met zijn vrouw,
  • zijn relatie met zijn kinderen,
  • zijn relatie met zijn slaven.
Het was de taak van de paterfamilias om over deze drie groepen te heersen en hen te onderwerpen. Aan de vrouw, de kinderen en de slaven werden nooit instructies gegeven. Zij waren de lager geplaatsten en moesten gewoon doen wat er gezegd werd.

Paulus haalt heel deze sociaal-maatschappelijke orde omver. In Galaten 3:28 schrijft hij:

Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.
En als hij ingaat op de huishoudcodes van zijn tijd, dan spreekt hij wel de 'ondergeschikte' groepen aan. (Hij noemt ze in zijn betoog zelfs steeds voor de paterfamilias.)
Zonder de wereldlijke structuren van zijn tijd revolutionair omver te gooien (dat zou de voortgang van het evangelie ernstig belemmerd hebben,) laat hij zien, dat christenen op een heel andere wijze met elkaar omgaan. In Christus is er geen onderscheid. In Christus dient iedereen elkaar. Ook de paterfamilias. Hij wordt geacht zijn vrouw lief te hebben als zijn eigen lichaam, zijn kinderen niet te verbitteren en zijn slaven goed te behandelen en niet te bedreigen.
want u weet dat zij en u dezelfde Heer in de hemel hebben, en dat hij geen onderscheid maakt. (Efeziërs 6:9)
Het overplaatsen van de Grieks-Romeinse sociaal-maatschappelijke structuur van de paterfamilias naar onze tijd op grond van dit tekstgedeelte zou een vergissing zijn. Toch zijn er heel wat christenen die op grond van dit tekstgedeelte een hiërarchie tussen man en vrouw leren. Het gaat hier niet om het instellen van geestelijke principes, maar om het toepassen van (eerder genoemde) geestelijke principes op de (toenmalige) praktijk van alledag.

maandag 20 februari 2006

Hoofd in het Nieuwe Testament

Dit artikel is een vervolg op de volgende artikelen:
De betekenis van hoofd
Hoofd van het gezin
Hoofd in de Septuaginta

In het Nieuwe Testament staan zeven teksten, waarin het Griekse woord kephale (hoofd) figuurlijk gebruikt wordt. Twee ervan (1 Kor. 11:3 en Ef. 5:23) zijn de teksten die gebruikt worden om het leiderschap van de man te 'bewijzen'. De andere vijf gaan over Jezus.

Kolossenzen 1:18 (NBV)

Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk. Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de eerste te zijn:

Kolossenzen 2:19 (NBV)

Zulke mensen richten zich niet naar het hoofd, van waaruit God het hele lichaam, door gewrichtsbanden en pezen ondersteund en bijeengehouden, doet groeien.

Efeziërs 4:15 (NBV)

Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus.

Efeziërs 1:22-23 (NBV)

Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.

Kolossenzen 2:10 (NBV)

en omdat u één bent met hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.

Als Paulus autoriteit of leiderschap in gedachten had, dan waren er genoeg Griekse woorden geweest, die deze betekenis duidelijker weergaven. Zo gebruikt hij elders bijvoorbeeld exousia (gezag) en archon (heerser.)

Berkeley en Mickelsen hebben een (engelstalig) artikel geschreven over het gebruik van kephale in deze verzen. Grieks was de moedertaal van Paulus. En al deze brieven zijn geschreven aan Griekssprekende mensen. Berkeley en Mickelsen beredeneren dat deze verzen duidelijker zijn en Christus completer en meer verheven weergeven als kephale geïnterpreteerd wordt op een manier die bekend was voor de oorspronkelijke lezers. De mogelijke betekenissen omvatten: verheven schepper en voltooier, bron, basis, afkomst; degene die de voltooiing brengt: bron van leven; top of kroon.

Natuurlijk heeft Christus heerschappij over de Kerk. Dat wordt in het Nieuwe Testament duidelijk omschreven. Maar de vraag is, of de term kephale (hoofd) in het Nieuwe Testament ook gebruikt wordt om deze positie van Christus te beschrijven. Ik ben van mening dat er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat dit niet het geval is.

..../
(:-)==:
....\

het lichaam één met het hoofd

zondag 19 februari 2006

Hoofd in de Septuaginta

Dit artikel is een vervolg op de volgende artikelen:
De betekenis van hoofd
Hoofd van het gezin

Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks. Het Oude Testament is geschreven in het Hebreeuws (en enkele delen in het Aramees.) De Septuaginta (LXX) is de Griekse vertaling van het oude testament. Deze vertaling is tussen ongeveer 250 en 150 voor Christus gemaakt.
Het Hebreeuwse woord voor hoofd (rosh), kan figuurlijk gebruikt worden voor leider. Het wordt in het Oude Testament ongeveer 180 keer op deze wijze gebruikt. Als het Griekse woord voor hoofd (kephale) ook figuurlijk gebruikt kan worden als leider, wat is er dan gemakkelijker dan rosh met kephale te vertalen?

De Septuaginta is een vrij letterlijke vertaling (formeel-equivalent). Voor de hand ligt dus om rosh (hoofd) met kephale (hoofd) te vertalen. Toch kozen de Septuaginta vertalers meestal niet voor kephale. Meestal gebruikten zij het Griekse woord archon, dat leider, heerser of bevelhebber betekent, of een ander woord. Kephale is slechts in 17 van de 180 gevallen gebruikt! In 4 van die 17 gevallen is sprake van een kop-staart metafoor, daarom moest er wel voor kephale (hoofd) gekozen worden.

De Griekse vertalers zijn er in hun tijd blijkbaar vanuit gegaan dat kephale ongeschikt is om de idee van autoriteit te vertalen als rosh de betekenis van leiderschap in zich draagt.
Als kephale in het bijbelse Grieks uit de tijd van Paulus zeer waarschijnlijk geen leider betekent, dan heeft Paulus het ook zeer waarschijnlijk in zijn brieven niet op deze manier gebruikt!

L:X)X

hoofd in de Septuaginta

zaterdag 18 februari 2006

De betekenis van hoofd

In mijn bijdrage van gisteren, Hoofd van het gezin, schreef ik al dat er twee bijbelteksten zijn waarin het woord hoofd figuurlijk gebruikt wordt met betrekking tot de man. De traditionale uitleg is dat hoofd hier betekent: iemand die de leiding heeft.
Het Griekse woord voor hoofd is kephale. De letterlijke betekenis voor dit woord is gewoon hoofd. Een gezaghebbende Grieks-Engelse lexicon, Liddell and Scott, geeft onder andere de volgende betekenissen (voor het leesgemak heb ik direct een vertaalslag naar het Nederlands gemaakt.)
Hoofd van mens of beest; van hoofd tot voet; het hoofd als edelste deel, als omschrijving van de hele persoon; leven; in vervloekingen, "het kome op mijn hoofd"; in het meervoud, bron van een rivier; in het algemeen bron of oorsprong; beginpunt.

Een heel scala aan betekenissen dus. Opvallend afwezig is de betekenis van leider!

Je zult begrijpen dat er heel wat discussie over deze term is. Theologen die in de patriarchale traditie staan, proberen te beargumenteren dat kephale wel degelijk leider kan betekenen. Theologen die een egalitaire insteek hebben zoeken de betekenis van kephale meer in de richting van bron/oorsprong.

Een lexicon (woordenboek) is natuurlijk een goed hulpmiddel bij het vaststellen van de betekenis van een woord. Maar er zijn meer redenen om aan te nemen dat kephale niet de betekenis van leider heeft (met name niet in de genoemde teksten). Wordt vervolgd...

:<O~~~~~

hoofd als bron

vrijdag 17 februari 2006

Hoofd van het gezin

Er wordt wel gezegd: De man is het hoofd van het gezin.
In ieder geval niet volgens de Nederlandse wet. Vroeger was dat wel zo, maar in 1969 is het eruit geschrapt.
Maar, wat hebben wij (thuis) met de Nederlandse wet te maken. Als in de Bijbel staat dat de man het hoofd van het gezin is, dan wordt dat niet teniet gedaan door het schrappen van een wetsartikel. Inderdaad, als het in de Bijbel staat... maar het staat er niet in!

Een nog vromere uitspraak is: De man is de priester van het gezin.
Het woord hoofd wordt in de Bijbel nog wel in relatie met de man gebruikt, maar de terminologie priester van het gezin heeft geen enkele bijbelse basis! Iemand heeft het ooit verzonnen. Het Nieuwe Testament kent maar twee soorten priesterschap, namelijk het hogepriesterschap van Jezus en het priesterschap van alle gelovigen. Sterker nog, er is maar één middelaar tussen God en mensen: Jezus Christus!

Maar hoe zit het dan met dat hoofd?
Er zijn inderdaad twee teksten:
1 Korinthiërs 11:3 (NBV) Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus.

Efeziërs 5:23 (NBV) want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk

Nu is het de vraag wat hier precies met de term hoofd bedoeld wordt. Wij kleuren dit meteen in met onze hedendaagse betekenis van dit woord. "René is het hoofd van deze afdeling", het is duidelijk dat René de afdelingschef is. Hij bepaald wat er moet gebeuren.

Maar de letterlijke betekenis van hoofd is een lichaamsdeel bovenop de romp, met ogen, oren, een neus en een mond (en nog wat haar als het meezit...) Het is duidelijk dat dat hier niet bedoeld wordt (hoewel in 1 Korinthiërs 11 de betekenissen door elkaar lopen.) Hoofd wordt hier gebruikt als metafoor. En het is nog maar de vraag of de figuurlijke betekenis van hoofd in onze tijd dezelfde is als de figuurlijke betekenis in het Grieks uit de tijd van Paulus.
In de komende dagen wil ik beargumenteren waarom ik geloof dat dat niet het geval is.

Met andere woorden: het gezin heeft geen hoofd (eindverantwoordelijke.) Man en vrouw vormen in het huwelijk een samenwerkingsverband met gelijke rechten en verantwoordelijkheden.

=:<)

hoofd met haar