Posts tonen met het label haar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label haar. Alle posts tonen

dinsdag 9 mei 2006

Het haar van Paulus

Vervolg op: Hoofdbedekking, gewoonte of niet?

Op de site A Commentary on 1 Corinthians 11:2-16 door Norman E. Anderson vond ik een interessante aantekening. In noot 26 bij vers 14 schrijft Norman:
Bedenk dat Paulus, toen hij in Korinte was, zeer waarschijnlijk lang haar heeft gehad (dat lijkt af te leiden uit Handelingen 18:18; vergelijk Numeri 6:18.)
Nu hoeft het kaalscheren van je hoofd op zich niet te betekenen dat je haar voorheen lang was. Maar omdat er bij staat dat Paulus aan een gelofte gebonden was is het best mogelijk dat hij hiervoor (dus gedurende zijn tijd in Korinte) zijn haar niet mocht knippen.
Heeft Paulus dan wellicht lang haar gehad?
Als dat het geval is geweest, dan is het des te vreemder dat hij later lijkt te schrijven dat het voor mannen een schande is om lang haar te hebben...
Hoe meer ik nadenk over over deze verzen, hoe minder waarschijnlijk ik de traditionele vertaling vind. De vertaling van William Welty is veel logischer.

In een comment bij Head covering? Keep your hair on! schrijft Suzanne McCarthy bovendien:
Persoonlijk vraag ik me af hoe Paulus kon stellen dat de besnijdenis er niet meer toe deed, maar dat de lengte van je haar er wel toe deed. Dat is gewoon het accent verleggen van het ene uiterlijke rituele voorschrift naar het andere.

maandag 24 april 2006

Hoofdbedekking, gewoonte of niet?

In Hoofdbedekking? Geen haar op m'n hoofd die eraan denkt! schreef ik:
De gewoonte die Paulus afwijst zou kunnen zijn:
  1. een gewoonte om gelijk te willen hebben;
  2. een gewoonte voor vrouwen om het hoofd te bedekken.
Laatst viel me op dat 1 Korintiërs 11:16 verschillend vertaald wordt.
    NBV:
    dient te bedenken dat wij noch de gemeenten van God een ander gebruik kennen.
    NBG:
    wij hebben zulk een gewoonte niet, en evenmin de gemeenten Gods.
    Deze twee vertalingen zijn tegengesteld! De ene vertaling zegt wij hebben geen ander gebruik, de andere vertaling zegt wij hebben zo'n gewoonte niet.

    Om te beginnen heb ik het woord gewoonte/gebruik eens opgezocht. Het Griekse woord sunetheia betekent omgang, dagelijks verkeer, of gewenning, gewoonte, gebruik. Dat diskwalificeert mijn eerste optie van hierboven. 'Gelijk willen hebben' is geen gebruik uit het dagelijks leven, geen culturele traditie...

    De Studiebijbel oppert in het commentaar bij vers 16 dat Paulus hier bedoelt:
    het is niet de gewoonte in de overige gemeenten, dat vrouwen met ongedekt
    hoofd de samenkomsten bezoeken...
    Dat zou de NBV vertaling verklaren, die de tekst dan presenteert als 'we hebben geen ander gebruik (dan het bedekken van het hoofd.)' Toch vind ik de NBV variant een rare vertaling als ik (als leek) naar de Griekse grondtekst kijk, het Griekse woord toioutos (van deze aard of soort, zodanig, zulk) lijkt niet de betekenis van een ander (gebruik) in zich te hebben...

    William Welty (zie blz. 2) gaat er vanuit dat het bedoelde gebruik in vers 16 het sluieren voor vrouwen betreft. De overige gemeenten hadden in zijn visie niet zo'n gebruik.

    Er zit (en zat) dan dus niets verplichtends in de hoofdbedekking. Wat 1 Korintiërs 11 wel duidelijk maakt is, dat vrouwen spraken in de samenkomst van de gemeente (zie vers 5)!

    dinsdag 7 maart 2006

    Hoofdbedekking? Geen haar op m'n hoofd die eraan denkt!

    Met deze post wil ik de serie over 1 Korintiërs 11:2-16 afsluiten. Het is en blijft een verwarrend gedeelte. In ieder geval is duidelijk dat Paulus het heeft over gebruiken van die tijd en die omgeving.

    Een belangrijke tekst is vers 10:

    Daarom, en omwille van de engelen, moet een vrouw zeggenschap over haar hoofd hebben.
    Hier wordt een belangrijk principe neergezet; in principe hoeft een vrouw zich niets te laten voorschrijven. Ze is baas op eigen hoofd!

    We komen ook een stuk verder als we kijken naar het einde van dit gedeelte, waar Paulus tot bepaalde conclusies lijkt te komen.

    In vers 15b zegt Paulus iets in de trend van: Want het haar is gegeven als vervanging van een hoofdbedekking.
    De redenatie lijkt te zijn dat wij ons geen hoofdbedekkingen hoeven laten voorschrijven, want we hebben tenslotte haar op ons hoofd. Deze conclusie past heel goed bij het voorgaande, als we deze verzen vertalen op de manier die William Welty voorstelt.

    Vers 16 zou als volgt weergegeven kunnen worden: Als iemand hier een twistpunt van wil maken, wij hebben zo'n gewoonte niet en de gemeenten van God ook niet.

    Waar hebben we het nu eigenlijk over? Gaat het Koninkrijk van God over sluiers, haarlengtes, rokken en broeken? Waar zijn we nu mee bezig? Wij gaan daar geen twistpunt van maken!
    De gewoonte die Paulus afwijst zou kunnen zijn:
    1. een gewoonte om gelijk te willen hebben;
    2. een gewoonte voor vrouwen om het hoofd te bedekken.

    De eindconclusie zou kunnen zijn dat het hier niet om wezenlijke geloofszaken gaat. Paulus snijdt een plaatselijk punt aan, waar bepaalde mensen blijkbaar een probleem van maakten. Helaas zijn de details van deze zaak verloren gegaan en is dit tekstgedeelte in de kerkgeschiedenis een eigen leven gaan leiden...

    -:-)

    hoedje op? geen haar op m'n hoofd die eraan denkt...

    donderdag 2 maart 2006

    Bidden met gedekt en ongedekt hoofd - Kerken.com

    Dominee D. Smit van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Apeldoorn heeft op Kerken.com een preek gepubliceerd over 1 Korinthiërs 11: 2-16.

    Het is een duidelijke en samenhangende visie op wat Paulus hier nu eigenlijk betoogt. Hij plaatst het geheel duidelijk in de culturele context van die tijd en plaats. Het is ...
    ... duidelijk dat we ons hier bewegen op het gebied van de gewoonten.
    Naar mijn idee hang Ds. Smit nog iets te veel aan aan 'een soort volgorde' tussen man en vrouw:
    Het goddelijke leven komt van God, en vloeit via Christus, via de man, naar de vrouw.
    Ik zie zelf geen reden om de man als een soort tussenschakel tussen Christus en de vrouw te zien. De Bijbel ondersteunt een dergelijke visie niet.
    Aan de andere kant relativeert Ds. Smit deze volgorde steeds met opmerkingen als:
    • Denk nou niet dat die volgorde, waarbij de man éérst is, nu ook een rangorde inhoudt, waarbij de man boven de vrouw staat.
    • maakt in wezen niet uit of je man of vrouw bent.
    • Het gaat hier helemaal niet over de man-vrouw verhouding en over de vraag wie ondergeschikt is aan wie.

    Ik weet niet of Ds. Smit deze relativering alleen toepast op het gebied van de gemeente of dat het in zijn visie ook geldt voor het huwelijk.

    Al met al vind ik het lezen van deze preek zeer de moeite waard. Verwoord in duidelijke en eigentijdse taal en theologisch goed doordacht.

    Opvallend is ook dat Ds. Smit uit een kerkverband komt waar de traditionele denkbeelden over mannen en vrouwen nog redelijk actueel zijn:

    Mocht het nog eens zover komen dat ook wij vrouwelijke predikanten krijgen dan ...

    Het is dus duidelijk dat deze zaken goed doordacht zijn en dat de dominee met het aansnijden van zo'n controversieel onderwerp zijn nek uitsteekt. En op je nek staat toevallig wel je hoofd...

    :-(====

    hoofd op uitgestoken nek

    dinsdag 28 februari 2006

    Hoe lang is je haar? 1 Korinthiërs 11:13-15

    Vervolg op: Vanwege de engelen? 1 Korinthiërs 11:10

    De verzen, zoals deze in de Nieuwe BijbelVertaling (NBV) staan:
    Oordeelt u daarom zelf. Is het gepast dat een vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt? Leert de natuur zelf u niet dat lang haar een man te schande maakt, terwijl het een vrouw tot eer strekt? Het haar van de vrouw is haar gegeven om een hoofdbedekking te dragen.
    George en Dora Winston komen, in hun boek Vrouwen in de gemeente van Christus, tot een opmerkelijk antwoord op de vraag: hoe lang is lang?
    Volgens hen is het ...

    ... duidelijk dat het haar van de vrouw lang moet zijn in vergelijking met dat van haar man en dat zijn haar kort moet zijn in vergelijking met dat van haar. (blz. 213)
    Dat was ongeveer het punt waarop ik, bij het lezen van dit boek, afgehaakt ben. Is dit soort haarkloverij nu werkelijk een onderdeel van de christelijke levenswandel?

    Maar, toegegeven, het is nog niet zo gemakkelijk om deze verzen te begrijpen.

    1. Hoezo leert de natuur ons dit? Als ik de natuur van mijn haar zijn gang laat gaan, dat wordt het het zo lang als dat van mijn vrouw (of langer...) De mannetjesleeuw is degene met lang haar. Bij sommige stammen in Afrika kroest het haar zo, dat het helemaal niet lang wordt.
    2. Een nazireeër, iemand die zich door een bijzondere gelofte aan de Heer wijdde, mocht zijn hoofd juist niet scheren (Numeri 6:5.) Simson moest zijn haar lang houden. En ook bij Johannes de Doper en zelfs Jezus zelf denken we vaak aan mannen met lang haar (hoewel ik hier geen bijbels bewijs voor heb kunnen vinden.)

    David Hamilton redeneert in Waarom geen vrouwen? dat het hier gaat om wat als natuurlijk werd beschouwd. Het gaat er hier dan dus om dat de christenen van Korinthe zich houden aan wat cultureel acceptabel is. Haardracht mocht geen blokkade voor het evangelie zijn.

    Een andere benadering is om de Griekse tekst hier niet als retorische vragen te vertalen. Volgens William Welty zijn er goede redenen om de grondtekst hier als positieve verklaringen te vertalen, in plaats van in de vragende vorm. De tekst wordt dan:

    Het is gepast voor een vrouw om met onbedekt hoofd tot God te bidden. Aan de ene kant leert de natuur op geen enkele wijze dat lang haar een man te schande maakt aan de andere kant leert zij evenmin dat het haar van een vrouw haar tot eer strekt. Dit alles is waar omdat haar gegeven is als een vervanging voor kunstmatige bedekkingen.

    ->=:-(

    tegen de haren instrijken

    zaterdag 25 februari 2006

    Vanwege de engelen? 1 Korinthiërs 11:10

    Vervolg op Een macht op het hoofd?

    Dit is één van de moeilijkste verzen in het hele nieuwe testament. Vooral met de laatste drie woorden, 'vanwege de engelen,' weet eigenlijk niemand goed raad. Verwacht dus niet vandaag een antwoord op al je vragen te krijgen :-)

    Het is erg vergezocht om dit gedeelte in verband te brengen met het (eveneens raadselachtige) gedeelte in Genesis 6:1-4. Vrouwen zouden volgens Tertullianus een hoofdbedekking moeten hebben, omdat ze anders lustgevoelens veroorzaken bij (gevallen mannelijke) engelen. Degelijke denkbeelden komen niet voor bij Paulus (en ook niet elders in het Nieuwe Testament.) Deze gedachtengang zegt waarschijnlijk meer over Tertullianus dan over de engelen...

    Een beter uitgangspunt is een onderzoek naar uitspraken over engelen elders in het Nieuwe Testament. Een goed begin is hoofdstuk 6 van deze zelfde brief. We kunnen ons voorstellen dat deze brief voorgelezen werd in de gemeente en dat men bij het horen van 'omwille van de engelen' in hoofdstuk 11 terugdacht aan hoofdstuk 6.
    1 Korintiërs 6:3
    Weet u niet dat wij over engelen zullen oordelen? Dan kunnen we dat toch zeker ook over alledaagse zaken?

    Inderdaad! Als we (in de toekomst) ons oordeel zullen uitspreken over engelen, dan kunnen we (de vrouwen in dit geval) ook wel zelf bepalen hoe we omgaan met iets alledaags als haardracht en hoofdbedekking.

    Kate Bushnell heeft ook gewezen op Mattheüs 18:10:

    Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.

    De context van dit vers is, dat Jezus een kind in het midden van de discipelen zet en hen leert dat ze moeten worden als een kind. Het idee van dit vers is, dat engelen met een taak die betrekking heeft op ons, voor God staan zonder enige vorm van bedekking. Als onze 'dienende geesten' (Hebreeeën 1:14) God van aangezicht tot aangezicht mogen zien, dan hebben wij ook de keuzemogelijkheid om onbedekt tot God te naderen.

    Conclusie, ook in verband met de engelen mag een vrouw zelf bepalen hoe zij zich (wat haar hoofd betreft) kleedt.

    o< o< o< :-)

    vanwege de engelen... op haar hoofd???

    dinsdag 21 februari 2006

    Moeilijke verzen; 1 Korinthiërs 11

    Als mensen zeggen, dat ze een bijbelvers moeilijk vinden, dan bedoelen ze meestal dat ze het een moeilijk onderwerp vinden. Het vers is gewoonlijk vrij duidelijk. De betekenis van de tekst: "heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen" is glashelder, maar de toepassing ervan in het dagelijks leven is een behoorlijke opgave...

    Toch bestaan er ook verzen, die moeilijk te bevatten zijn omdat we ze gewoon niet goed begrijpen. We snappen gewoon niet wat er precies bedoeld wordt, we kennen de situatie niet waar het op slaat of we kennen slechts de helft van het verhaal. Dit laatste kan voorkomen in de Brieven, die vaak het antwoord zijn op een vraag of probleem in een bepaalde gemeente. We lezen wel het antwoord, maar kennen de vraag of het probleem niet...

    1 Korinthiërs 11:3-16 is zo'n gedeelte. Het is omgeven met exegetische vraagstukken. Zelfs bijbelvertalers komen tot verschillende, soms zelfs tegengestelde vertalingen van verzen uit dit gedeelte.
    • Wat deden de vrouwen in Korinthe? Waarop reageerde Paulus?
    • Hoe verhoudt het verbod op lang haar voor mannen zich tot het verbod (in het Oude Testament) tot het knippen van haar voor Nazireeërs (numeri 6:5)?
    • Wanneer wordt de term hoofd hier letterlijk gebruikt en wanneer figuurlijk?
    • Hoe verhoudt het bidden en spreken van de vrouw hier (vers 5) zich tot het veronderstelde spreekverbod voor vrouwen in samenkomsten (1 Kor. 14:34?)
    • Hoe verhoudt het hoofdschap van Christus en God in vers 3 zich tot de leer van de Drieëenheid?
    • Wat hebben die engelen er mee te maken (vers 10?)
    • In hoeverre hebben we hier te maken met cultuurbepaaldheid? (Als een vrouw een kaal hoofd geen schande vindt, hoeft ze het dan niet te bedekken? Zie vers 6.)
    • Zijn de vragen in vers 13 en 14 retorisch (worden ze als vanzelfsprekend met ja beantwoord,) of is er zelfs geeneens een reden om deze teksten als vraag te vertalen (hier wil ik later op terugkomen.)
    Deze onzekerheden alleen al zijn een grote rode vlag! We moeten zeer voorzichtig zijn om dit gedeelte te gebruiken om een leer van mannelijk leiderschap op te baseren!