Posts tonen met het label slavernij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label slavernij. Alle posts tonen

dinsdag 2 oktober 2007

Het superieure ras, de superieure klasse, de superieure sexe

Vandaag een citaat.

In een bericht op Complegalitarian schrijft Paula Fether de volgende zin (eigen vertaling):
Wij christenen schijnen het idee van het superieure ras en van de superieure klasse achter ons gelaten te hebben, maar niet het idee van de superieure sexe.
Het hele bericht en de commentaren zijn zeer de moeite van het lezen waart!

zaterdag 24 februari 2007

De verlossende tendens en de ultieme ethiek

Vervolg op: De hermeneutiek van de verlossende tendens

Critici van de hermeneutiek van de verlossende tendens hebben het
bezwaar naar voren gebracht dat de methode van de verlossende tendens
een ultieme ethiek probeert te ontwikkelen die verder gaat dan de
ethiek die we in de Bijbel vinden. Dit is echter een misvatting van de methode.

We kunnen de Bijbelse voorschriften indelen volgens een meerlagenmodel. Iedere laag vertegenwoordigt dan een bepaalde graad van abstractie.















Heb uw naaste lief als uzelf.Matteüs 22:39

zeer abstract, context-onafhankelijk, ultieme ethiek

Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet. Galaten 2:10minder abstract, meer concreet
Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen.Leviticus 19:9zeer concreet, context-afhankelijk, praktische toepassing


De laatste tekst is een voorschrift voor het volk Israël is een zeer specifieke (agraïsche) setting in een bepaalde tijd. Dit voorschrift is niet meer toepasbaar in onze tijd en cultuur. We moeten een stap omhoog op de ladder en komen uit bij de zorg voor de armen. Van daaruit kunnen we weer een stap omlaag om een concrete toepassing te zoeken, die in onze eigen tijd en cultuur past. (Bijvoorbeeld voedselbanken.)
Zorg voor de armen is weer specifieker (en concreter) dan je naaste liefhebben, want dat omvat veel meer dan alleen zorg voor de armen. Je naaste liefhebben is ook uit te werken in een meer concrete toepassing als er geen armen zijn.

De ultieme ethiek verandert dus niet en ontwikkelt zich niet. Maar bij de hermeneutiek van de verlossende tendens komt de praktische uitwerking wel steeds dichter bij de bedoelingen van de ultieme ethiek. Uiteindelijk wordt zelfs de maatschappij hervormd, zodat met b.v. komt tot afschaffing van slavernij.

dinsdag 7 november 2006

De hermeneutiek van de verlossende tendens

De idee achter de hermeneutiek van de verlossende tendens (Engels: redemptive-movement hermeneutic) is het volgende:
Ten grondslag aan een bepaald bijbelgedeelte ligt een ultiem etisch principe. De Bijbel is echter geschreven in een bepaalde culturele context. Het bijbelgedeelte past het ultieme principe toe, passend binnen die cultuur, maar ook hervormend. Er wordt een beweging gemaakt in de richting van de ultieme ethiek. Een verlossende tendens die zich in zekere mate afzet tegen de culturele context.

Het X-Y-Z principe (Discovering Biblical Equality, blz. 383)

Deze ontwikkeling in de Bijbel herkennen we als een voortgaande weg, een steeds meer verlossende tendens in de toepassing van de ultieme ethiek.

Een goede toepassing van deze hermeneutiek zien we bij slavernij. Het Oude Testament kende voorschriften voor het houden van slaven, die zich positief onderscheidden van hoe de omliggende culturen met slaven omgingen. Het Nieuwe Testament maakt slaven tot mensen van gelijke status:
niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder (Filemon :16 NBV)
In het verdere verloop van de geschiedenis hebben naastenliefde en de idee van gelijkwaardigheid van alle naar Gods beeld geschapen mensen ertoe geleid om slavernij volledig af te schaffen.

In de Bijbel kunnen we ook een verlossende tendens voor vrouwen herkennen. Van 'bezit van de man' naar gelijk met de man, aanvullend, zonder hierarchie.'

maandag 12 juni 2006

Hermeneutische vragen

Op The CBE Scroll wordt verwezen naar een post over het stellen van de juiste hermeneutische vragen.

Sean du Toit stelt hier aan de orde dat dezelfde codes die lijken te spreken over een hierarchie van de man naar de vrouw ook het bestaan van slavernij bij christenen veronderstellen. In Kolossenzen worden zelfs meer woorden besteed aan de meester-slaaf verhoudingen dan aan de man-vrouw verhoudingen.
Is het juist om deze codes op onze tegenwoordige situatie toepasbaar te achten, en tegelijkertijd grofweg te negeren wat ze over slavernij te zeggen hebben?
Er lijkt hier van een zekere willekeur sprake te zijn...

Deze post staat in verband met mijn eerdere post: Slavernij en de huishoudcodes.

woensdag 29 maart 2006

Slavernij en de huishoudcodes

Vervolg op: huishoudcodes

Het gevolg van het wegvallen van onderscheid in de relaties die in de huishoudcodes beschreven worden zien we in de geschiedenis van Filemon en Onesimus.
Paulus maakt op subtiele (en tegelijkertijd dringende) wijze duidelijk dat, hoewel naar wereldse maatstaven gerekend Filemon eigenaar van Onesimus is, er nu sprake is van een geheel andere verhouding:

Misschien hebt u hem korte tijd moeten missen om hem voor altijd terug te krijgen, niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder. Voor mij is hij dat al, hoeveel te meer moet hij het dus voor u zijn, zowel in het dagelijks leven als in het geloof in de Heer. (Filemon 15-16)
De christelijke kerk heeft deze principes redelijk goed begrepen. Rond de eerste millenniumwisseling was slavernij in Europa nagenoeg afgeschaft. (Helaas werd het in de 15e eeuw weer ingevoerd...)
Ook in onze tijd zijn we van mening dat slavernij in strijd is met de christelijke naastenliefde.

Het vreemde is, dat slavernij wel afgeschaft is, maar de onderwerping van de vrouw (door bepaalde groepen) niet. Als je een pleidooi voor slavernij zou willen houden, dan vind je daarvoor in de Bijbel veel meer grond dan voor de onderwerping van de vrouw. Waarom vindt men het (terecht) gerechtvaardigd om slavernij exegetisch te verklaren als een instituut van de toenmalige maatschappij, terwijl men de onderwerping van de vrouw als goddelijk instituut ziet?

In Efeziërs 5:21-6:9 wordt nergens aan de mannen opgedragen om hun vrouwen te onderwerpen. Er wordt slechts aan vrouwen gevraagd om onderdanig te zijn. Bijbeluitleggers geven aan dat het hier (vers 22) gaat om een vrijwillige actie, die voortvloeit uit het elkaar onderdanig zijn.
Binnenkort wil ik hier verder op ingaan.