Posts tonen met het label spreken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spreken. Alle posts tonen

vrijdag 6 juli 2007

Kletskousen of kletskoek

In een reactie op het bericht Geestelijke volwassenheid schreef David:
Vrouwen zijn vrouwen, en als die iets goed kunnen, is het wel kletsen. Dat zijn ze nu, dat waren ze toen ook al. En dat is niet erg, dat is juist gezellig. Maar dat kan wel de orde van dienst behoorlijk storen.
In mijn reaktie hierop schreef ik al dat dit in mijn persoonlijk ervaring lang niet altijd waar is.

Een onderzoeksteam onder leiding van Matthias Mehl deed onderzoek naar het praten over emotionele onderwerpen. Daarvoor hadden 396 studenten in de VS en Mexico met een microfoontje om gelopen. Het team vond in diverse publicaties dat vrouwen gemiddeld twintigduizend woorden per dag gebruiken en mannen maar zevenduidend. Ze konden echter nergens vinden waar deze getallen op gebaseerd zijn. (Ze vonden wel een onderzoek over praten op het werk, waaruit bleek dat mannen meer praten dan vrouwen...)

Maar de gegevens van hun eigen onderzoek konden wel gebruikt worden om het woordgebruik van mannen en vrouwen te onderzoeken.
En wat bleek? Vrouwen gebruiken gemiddeld 16215 woorden per dag en mannen gemiddeld 15669. Het verschil, 546 woorden, is volgens de onderzoekers statistisch niet van belang.

Dat vrouwen kletskousen zijn is dus kletskoek.

woensdag 3 januari 2007

Prekende vrouwen, een reactie

In een reactie op Prekende vrouwen schrijft iemand:
Graag wil ik even reageren op de volgende zin:
"Houdt Paulus echt een hele verhandeling over het bedekken van het hoofd tijdens het spreken, om aan het eind te zeggen dat vrouwen eigenlijk helemaal niet mogen spreken?"

Volgens mij staat er nergens dat het om het bidden en spreken in de gemeente gaat. Ik denk dat het om het bidden en spreken in het algemeen gaat; thuis dus. Dit zegt dus helemaal niet dat de vrouw mag spreken in de gemeente.
Naar mijn mening gaat het in deze perikoop (1 Korintiërs 11:2-16) wel degelijk over bidden en spreken in de gemeente.
  1. In de eerste eeuw kwam de gemeente samen in huizen. We hebben het dan dus over een thuissituatie, waarbij medegelovigen aanwezig zijn. Het onderscheid tussen in de gemeente profeteren of thuis profeteren is dus kunstmatig, het is een verschijnsel van onze culturele setting.
  2. In hoofdstuk 14 staat profeteren duidelijk in de context van de samenkomst (zie b.v. vers 14.) Het is onwaarschijnlijk dat Paulus in dit gedeelte aan een privé-situatie denkt, profetie is immers tot mensen gericht (zie 1 Korintiërs 14:3.)
  3. De context die op deze perikoop volgt gaat overduidelijk over de samenkomst. Gezien in deze context hoort deze perikoop bij dit gedeelte (hoofdstuk 11 t/m 14.)
  4. Het laatste vers (16) gaat over gebruiken in de gemeente, niet over gebruiken thuis of in de maatschappij.
  5. Bijbelvertalingen en commentaren gaan ervan uit dat het hier om voorschriften voor de gemeente gaat.
    De Willibrordvertaling (herziene editie 1995) geeft als preicooptitel: Man en vrouw in de eredienst.
    Het Boek zet erboven: Regels tijdens de bijeenkomsten.
    De Studiebijbel schrijft in de inleiding op 1 Korintiërs (Deel 7B, blz. 5): De apostel richt zich vervolgens op zaken betreffende de eredienst [...] (11:2-14:40).

vrijdag 22 december 2006

Een buitenbijbels citaat?

Eerder schreef ik over de theorie, dat 1 Korintiërs 14:34-35 een citaat is.

Sommige uitleggers gaan ervan uit dat er in Korinte een minderheid was die de gelovigen onder het juk van de Joodse mondelinge wet wilde brengen. In vers 34 en 35 citeerd Paulus deze groep. In vers 34 doen ze een beroep op de wet:

Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat.
Bij de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus vinden we een vergelijkbaar beroep op de wet. In contra Apionem II paragraaf 25 vinden we:
De vrouw, zegt de wet, is in alle opzichten minderwaardig aan de man. Laat haar daarom onderdanig zijn.
Dergelijke wetten zijn in het Oude Testament niet te vinden. Toch (zo blijkt uit het citaat van Josephus) waren zulke voorschriften in die tijd wel in omloop. Daarom is er veel voor te zeggen dat het hier gaat om een citaat vanuit de mondelinge traditie.
Het is onwaarschijnlijk dat Paulus zelf een dergelijk Judaïzerend citaat gebruikt. Temeer omdat hij elders de noodzaak van de besnijdenis ontkent (zie 1 Korintiërs 7:18-19.) Het citaat vanuit de mondelinge wet (vers 34b) is dus onderdeel van een groter citaat van Paulus' tegenstanders (vers 34 en 35.)

Vers 36 begint met een η (eta) in het Grieks. (In de NBV wordt dit woord niet vertaald.) De η wordt vaak gebruikt om een retorische vraag te introduceren, waarop het antwoord een duidelijk "Nee!" is. Ook wordt het gebruikt om een duidelijk contrast met het voorafgaande aan te geven.
Bij elkaar zijn dit goede argumenten om aan te nemen dat het hier om een citaat gaat, wat Paulus vervolgens sterk ontkent.

vrijdag 3 november 2006

Wat zou je met je leven gedaan hebben... ?

Scot McKnight stelt in een bericht op Jesus Creed de volgende vraag:
Geloof je werkelijk dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn? Heb je de neiging om vrouwen als inferieur te zien? Of doen of zeggen we dingen die maken dat vrouwen zich minderwaardig voelen?
In een commentaar op hierop schrijft Molly:
"Wat zou je met je leven gedaan hebben als je een man was geweest?"

Ik had me die vraag nog nooit gesteld, maar nu drong die zich krachtig op... Ik wist het antwoord zonder erover na te denken, en dat verbaasde me nog meer. "Ik zou een theologische opleiding gedaan hebben, en ik zou nu ergens aan het preken zijn, aan het onderwijzen, mijn toekomstvisie doorgeven."

Maar omdat ik geen man ben is die gedachte nooit in me opgekomen, nog nooit, niet éénmaal. Tot op dat moment dat de Geest me deze vraag influisterde. En ik liet me op de vloer vallen en liet mijn tranen de vrije loop.

Ik voelde dat deze vraag rechtstreeks mijn hart aansprak - en me in zekere zin vroeg: "Waarom zou je, alleen maar omdat je geen man bent, Mijn roeping ontkennen?"

[...]

Ik dacht dat dat verlangen in mij zonde was, rebellie, iets om de kop in te drukken en er nooit meer aan te denken, het nooit te erkennen... Nu blijkt dat het niet slecht was, maar dat God het daar geplaatst had, met een bepaalde bedoeling. Maar met mijn patriarchale bril op had ik die bijna gemist.

maandag 26 juni 2006

Bord voor je kop...

Op Better Bible Blog schrijft Suzanne McCarthy aan het eind van een bericht een gebeurtenis, waarvan ik hier graag de Nederlandse vertaling weergeef:
Mijn zus ging, op een afgelegen plaats, in een kleine gemeenschap van zendelingen wonen. Ze evangeliseerde en gaf les op een middelbare school. Er waren daar een paar oudere zendelingen en een andere jonge vrouw, een bijbelvertaalster, en later kwamen er ook nog een paar jonge mannen bij.

In alle bijeenkomsten zwegen de vrouwen. Zelfs op de vrijdagse gebedsavond baden alleen de mannen. De bijbelvertaalster vertelde mijn zus later, dat ze niet alleen nooit sprak tijdens een samenkomst, maar dat er zelfs nooit iemand voor haar werk gebeden had.

Uiteindelijk startten de jongere zendelingen een groep met enkele plaatselijke jongeren en in deze groep werd wel door vrouwen gesproken. Dat ging een tijdje goed, totdat James erbij kwam. Hij wist niet alleen dat vrouwen moesten zwijgen, maar hij wist ook vrouwen het zwijgen op te leggen.

Als een vrouw spreekt, dan moet je dat niet erkennen. je bevriest, je draait je hoofd niet en beweegt geen spier. Als de vrouw vervolgens stopt, dan ga je door alsof er niets te horen was. Als dit gebeurt, dan heeft de vrouw niet gesproken, ze heeft alleen maar geruis veroorzaakt.
De werkelijkheid is vaak vreemder dan de fantasie.

zaterdag 3 juni 2006

Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren

Er gebeurden vreemde dingen. Simpele mensen (Galileeërs) begonnen ineens in allerlei buitenlandse talen te spreken.
We hebben het hier over de geboorte van de kerk; Pinksteren, de uitstorting van de Heilige Geest. (Zie Handelingen 2.)
Toen de mensen in verwarring raakten en zich afvroegen wat er hier aan de hand was, hield Petrus een toespraak. Het is opvallend dat hij juist bij deze gelegenheid de oud-testamentische profeet Joël citeert:
Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren. (Handelingen 2:17-18)
De apostelen en de andere leerlingen (vs. 6) begonnen publiekelijk te spreken over de grote daden van God (vs. 11). (Gewoonlijk noemen we dat preken...) En juist bij deze massale manifestatie van publiekelijk spreken op de geboortedag van de kerk, citeert Petrus een tekst die gaat over het spreken van zowel mannen als vrouwen. Tot twee keer toe wordt het profeteren door vrouwen in deze tekst genoemd.
Hoezo mogen vrouwen niet preken? (Zie ook: Prekende vrouwen)

maandag 1 mei 2006

Zwijgende vrouwen (3)

Vervolg op: Zwijgende vrouwen (2)

Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt. (1 Korintiërs 14:34-35 NBV)
Het gedeelte waar deze tekst in staat (1 Korintiërs 14) gaat over profetie en klanktaal, of, als we het breder bekijken, over orde in de samenkomst. Wat er in de samenkomst gebeurt moet nut hebben (vers 6-9), het moet opouwend zijn (vers 12, 26) en begrijpelijk (vers 19). Ook geeft Paulus aanwijzingen voor een ordelijk verloop (vers 27-31).
want God is niet een God van wanorde maar van vrede. Zo is het in alle gemeenten van de heiligen. (1 Korintiërs 14:33 NBV)
Alles moet op gepaste wijze en in goede orde gebeuren. (1 Korintiërs 14:40 NBV)
Er zijn in dit gedeelte nog twee andere groepen die moeten zwijgen:

  • de klanktaalsprekers, als er geen uitleg is (vers 28.)
  • de profeet, als een andere profeet iets te zeggen heeft (vers 30.)
Het is dus zeer waarschijnlijk, dat het zwijgen van de vrouwen ook te maken heeft met de orde in de samenkomst. Te meer omdat in vers 26 nog gezegd wordt dat ieder iets bij kan dragen aan de samenkomsten, als het maar opbouwend is. Merk op dat hier geen enkel onderscheid tussen mannen en vrouwen gemaakt wordt!

Het is heel waarschijnlijk dat het hier gaat om vrouwen die het onderwijs niet begrepen en met hun vragen de samenkomst verstoorden. Het was in die tijd heel normaal dat er tijdens een lezing vragen gesteld werden, behalve door degenen die niet voldoende verstand van zaken hadden. De beginnelingen moesten zwijgen.
Vrouwen waren in die tijd niet onderwezen. Paulus is er overigens wel voorstander van dat daar verandering in komt, want als zij iets willen leren is dat prima! Ze mogen door hun lage kennisniveau niet de samenkomsten verstoren, maar het is een goede zaak als zij thuis onderwezen worden.

Zwijgende vrouwen (2)

Vervolg op: Zwijgende vrouwen (1)

Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt. Heeft het woord van God zich soms verspreid vanuit uw gemeente? Of heeft het enkel u bereikt? (1 Korintiërs 14:34-36 NBV)
In zijn boek Beyond Sex Roles gaat Gilbert Bilezikian in op deze tekst. Hij bespreekt het gebruik van een woord van slechts één letter (η) in deze brief. (In Waarom geen vrouwen? gaat David Hamilton hier ook op in.)
Als Paulus een voorafgaande bewering wil weerleggen, dan begint hij vaak met dit woordje. Het wordt de retorische eta genoemd. Het zou vertaald kunnen worden met Wat? of met Onzin!

Dit zou dan betekenen dat Paulus eerst zijn tegenstanders citeert en dit daarna in krachtige bewoordingen weerlegt. Dit past goed bij andere gedeelten in deze brief waar dit woordje ook gebruikt wordt.
De verzen zouden dan als volgt weergegeven kunnen worden:
"[Uw] vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Het is niet toegestaan dat ze spreken, maar ze moeten zich onderwerpen, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is schandelijk als vrouwen in de samenkomst spreken."
Onzin! Is het woord van God soms van jullie uitgegaan? Wat? Heeft het alleen jullie bereikt?
Het cursieve gedeelte is dan het citaat van Paulus' tegenstanders. De vetgedrukte woorden zijn de vertaling van de retorische eta. (Traditioneel wordt dit woordje met of vertaald of het wordt weggelaten in de vertaling.)
De wet, waar de tegenstanders naar verwijzen, is niet het oude testament (we hebben al gezien dat er niet een dergelijk verbod bestaat.) Het gaat hier dan om de menselijke traditie waar met een zeker gezag aan toekent.

Maar ook als het hier niet om een citaat van tegenstanders gaat, dan zijn er nog voldoende redenen om dit gedeelte niet als verbod op prekende vrouwen te zien...

Zwijgende vrouwen (1)

Vervolg op: Prekende vrouwen
Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt. (1 Korintiërs 14:34-35 NBV)
Er zijn een aantal vreemde zaken aan deze tekst.
  1. Sommige handschriften (de vroege Westerse teksttraditie) hebben deze verzen niet op deze plaats staan, maar pas na vers 40.
    Dit is de enige plaats in de geschriften van Paulus waar kopiisten de volgorde van zijn betoog veranderd hebben.
  2. Vers 36 lijkt natuurlijk te volgen op vers 33:
    33 want God is niet een God van wanorde maar van vrede. Zo is het in alle gemeenten van de heiligen, 36 of heeft het woord van God zich soms verspreid vanuit uw gemeente? Of heeft het enkel u bereikt?
    In de NBV is het woordje of aan het begin van vers 36 weggelaten, waarschijnlijk in verband met een natuurlijker verloop van het Nederlands. Maar als de verzen 34 en 35 weggelaten worden, dan past het woordje of prima.
    Met een dergelijke conclusie sluit ook 1 Kor. 11:16 het voorgaande af:
    Iemand die meent zo eigenzinnig te moeten zijn af te wijken van wat ik zeg, dient te bedenken dat wij noch de gemeenten van God een ander gebruik kennen.
  3. Paulus doet in vers 34 een beroep op de wet. Als het Nieuwe Testament naar de wet verwijst, dan wordt over het algemeen verwezen naar de thora, de eerste vijf boeken van het Oude Testament. Er is echter een probleem. Er staat nergens in de wet dat vrouwen niet mogen spreken in samenkomsten, of dat ze ondergeschikt moeten blijven! Trouwens, in het hele Oude Testament zal je tevergeefs naar een dergelijk gebod zoeken...
Deze merkwaardigheden en het feit dat deze verzen 1 Kor. 11:5 tegenspreken doen sommige wetenschappers tot de conclusie komen dat deze verzen niet door Paulus geschreven zijn. We zouden dan te maken hebben met een latere toevoeging aan de bijbeltekst.

Het grote probleem met deze conclusie is dat er geen handschriften zijn, die deze verzen weglaten. Daarom vind ik deze verklaring persoonlijk minder geloofwaardig.
Binnenkort meer over deze verzen.

zondag 30 april 2006

Prekende vrouwen

Er is terecht gewezen op de spanning die er is tussen 1 Korintiërs 11:5 en 1 Korintiërs 14:34.

De hoofdstukken 11 tot en met 14 uit deze brief gaan over de samenkomst van de gemeente. Het is dan ook vreemd dat in hoofdstuk 11 kledingvoorschriften gegeven worden voor tijdens het spreken, terwijl aan het eind van hoofdstuk 14 gezegd lijkt te worden dat vrouwen helemaal niet mogen spreken!
Houdt Paulus echt een hele verhandeling over het bedekken van het hoofd tijdens het spreken, om aan het eind te zeggen dat vrouwen eigenlijk helemaal niet mogen spreken? Dan had hij dat beter direct aan het begin kunnen zeggen.

Ook is het vreemd dat hij in hoofdstuk 14 heel veel aandacht besteed aan het ordelijk verlopen van de samenkomst. Welke vorm van spreken is het meest geschikt? Hoeveel mensen spreken er? Laat het spreken om de beurt gebeuren. Wat is het doel van het spreken? Iedereen krijgt de mogelijkheid om iets bij te dragen (vers 26). Krabbelt Paulus dan uiteindelijk terug door te zeggen dat dit eigenlijk niet voor vrouwen geld?
Er zit hier beslist een spanningsveld. Wie dit ontkent sluit zijn ogen voor het probleem.

Iemand zou kunnen zeggen: vrouwen mogen wel profeteren, maar niet preken.
Ik denk dat het onderscheid tussen preken en profeteren kunstmatig is en zeker niet af te leiden is uit dit gedeelte.

Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend. (1 Korintiërs 14:3)
De NBG vertaling heeft hier stichtend, vermanend en bemoedigend.

U kunt ieder op uw beurt profeteren, zodat ieder van u kan worden onderwezen en bemoedigd. (1 Korintiërs 14:31)
In dit laatste vers wordt profeteren zelfs met onderwijzen in verband gebracht. Dit zijn stuk voor stuk omschrijvingen die een goede preek niet zouden misstaan.
Ook staat in vers 31 het woord ieder (de NBG vertaling gebruikt het woordje allen). Er staat niet alle mannen!

Als in hoofdstuk 11 staat dat (in de culturele context van Korintië) het nodig was dat een vrouw tijdens het bidden en preken een hoofdbedekking moest hebben, en als hoofdstuk 14 het spreken in de gemeente verder uitwerkt zonder onderscheid tussen mannen en vrouwen, dan moet met vers 34 iets anders bedoeld worden dan wat de kerkgeschiedenis ervan gemaakt heeft.

maandag 17 april 2006

Maria uit Magdala

Maria uit Magdala was een volgeling van Jezus. Ze was één van de vrouwen, die meetrok met Jezus en zijn discipelen en de groep van onderhoud voorzag (zie Lucas 8:1-3.)
Jezus had zeven demonen bij haar uitgedreven. Zeven is in de Bijbel het getal van volheid en totaliteit. In het verleden was zij volledig bezeten geweest, maar nu was zij een toegewijde volgeling van Jezus!

In 600 na Christus identificeerde paus Gregorius I de Grote haar als een voormalige prostituée, maar de Bijbel geeft daar geen directe aanleiding toe. In 1969 heeft de Katholieke kerk deze verklaring dan ook herroepen.

In de geschiedenis van de opstanding van Jezus speelt zij een belangrijke rol (zie Johannes 20:1-18.) Van de 14 keer dat haar naam in de Bijbel genoemd wordt is dat 13 keer in de geschiedenis van Jezus' dood en opstanding. In de opstandingsgeschiedenis vanuit Johannes wordt ze zowel aan het begin als aan het einde van de pericoop genoemd; en aan Maria wordt in deze pericoop de meeste aandacht besteed. De andere leerling, van wie Jezus veel hield, wordt meestal geïdentificeerd met Johannes, de schrijver van dit bijbelboek. Hoewel de schrijver dus zelf aanwezig is, geef hij meer aandacht aan het getuigenis van Maria, dan aan zijn eigen getuigenis. Maria uit Magdala heeft in deze geschiedenis dus een heel belangrijke rol.

In Johannes 20 is zij de enige die de engelen en Jezus zelf gezien en gesproken heeft. Zij is dan ook degene die Jezus uitgekozen heeft om het goede nieuws van de opstanding te verkondigen:

Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is. (Johannes 20:17)
Hierom is Maria Magdalena in de traditie wel de apostel van de apostelen genoemd (door Hrabanus Maurus, negende eeuw.)
Dit is opmerkelijk, omdat Jezus ook de optie had om te kiezen voor Petrus of Johannes, twee vooraanstaande discipelen. Zij waren immers bij het graf aanwezig op ongeveer hetzelfde tijdstip! Het is ook opmerkelijk, omdat de discipelen er moeite mee hadden dit nieuws van een vrouw te geloven (zie Marcus 16:11.)
Waarom koos Jezus een voormalig bezeten vrouw in plaats van twee vooraanstaande discipelen? Bij God is er blijkbaar niet dat onderscheid in geslacht of status. Koos Jezus wellicht (in context van de patriarchale cultuur van zijn tijd) expres een vrouw uit om de eerste prediker van het belangrijkste nieuws aller tijden te zijn?