Posts tonen met het label 1 Korintiërs 14. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1 Korintiërs 14. Alle posts tonen

zaterdag 30 juni 2007

Geestelijke volwasseneheid

In het Nieuwe Testament worden we regelmatig gestimuleerd tot geloofsgroei en geestelijke volwassenheid.
Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk aan u uit te leggen, omdat u traag van begrip bent geworden. Werkelijk, u had toch inmiddels allemaal leraar moeten zijn! In plaats daarvan hebt u er zelf een nodig om u opnieuw de grondslagen van het woord van God bij te brengen; het is met u zo ver gekomen dat u weer aangewezen bent op melk in plaats van op vast voedsel. Wie melk drinkt is nog een klein kind en heeft geen weet van de draagwijdte van de verkondigde gerechtigheid. Vast voedsel is voor volwassenen; hun zintuigen zijn door ervaring geoefend en zij zijn in staat onderscheid te maken tussen goed en kwaad. (Hebreeën 11:11-14 NBV)
Volwassenheid houdt in dat we verantwoordelijkheid kunnen dragen. We moeten in staat zijn onderscheid te maken tussen goed en kwaad. We moeten verstandige beslissingen kunnen nemen. Opvallend is zelfs dat de Hebreeeënschrijver hier schrijft dat ze inmiddels allemaal leraar hadden moeten zijn.
Nog nooit heb ik iemand horen beweren dat geestelijke volwassenheid alleen voor mannen is. Het geven van onderricht behoort volgens bovenstaand gedeelte bij geestelijke volwassenheid. De gedachte dat vrouwen onder mannelijk gezag (verantwoordelijkheid) moeten staan of niet mogen onderwijzen is dus bijbels gezien een vreemd standpunt.
Broeders en zusters, wees in uw denken niet als kinderen. Wees kinderen in het kwaad, maar wees in uw denken volwassen. (1 Korintiërs 14:20)
Ook hier wordt iedereen opgeroepen tot volwassenheid. Opvallend is dat deze tekst in hetzelfde gedeelte staat als één van de bekende 'zwijgteksten' (1 Korintiërs 14:34-35).

Het verbod voor vrouwen om te (s)preken, het verbod voor vrouwen om leiding te geven en het geestelijk leiderschap van de man in het gezin is allemaal in tegenspraak met de geestelijke volwassenheid waar de Bijbel ons allemaal (dus ook vrouwen) toe oproept!

maandag 1 mei 2006

Zwijgende vrouwen (3)

Vervolg op: Zwijgende vrouwen (2)

Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt. (1 Korintiërs 14:34-35 NBV)
Het gedeelte waar deze tekst in staat (1 Korintiërs 14) gaat over profetie en klanktaal, of, als we het breder bekijken, over orde in de samenkomst. Wat er in de samenkomst gebeurt moet nut hebben (vers 6-9), het moet opouwend zijn (vers 12, 26) en begrijpelijk (vers 19). Ook geeft Paulus aanwijzingen voor een ordelijk verloop (vers 27-31).
want God is niet een God van wanorde maar van vrede. Zo is het in alle gemeenten van de heiligen. (1 Korintiërs 14:33 NBV)
Alles moet op gepaste wijze en in goede orde gebeuren. (1 Korintiërs 14:40 NBV)
Er zijn in dit gedeelte nog twee andere groepen die moeten zwijgen:

  • de klanktaalsprekers, als er geen uitleg is (vers 28.)
  • de profeet, als een andere profeet iets te zeggen heeft (vers 30.)
Het is dus zeer waarschijnlijk, dat het zwijgen van de vrouwen ook te maken heeft met de orde in de samenkomst. Te meer omdat in vers 26 nog gezegd wordt dat ieder iets bij kan dragen aan de samenkomsten, als het maar opbouwend is. Merk op dat hier geen enkel onderscheid tussen mannen en vrouwen gemaakt wordt!

Het is heel waarschijnlijk dat het hier gaat om vrouwen die het onderwijs niet begrepen en met hun vragen de samenkomst verstoorden. Het was in die tijd heel normaal dat er tijdens een lezing vragen gesteld werden, behalve door degenen die niet voldoende verstand van zaken hadden. De beginnelingen moesten zwijgen.
Vrouwen waren in die tijd niet onderwezen. Paulus is er overigens wel voorstander van dat daar verandering in komt, want als zij iets willen leren is dat prima! Ze mogen door hun lage kennisniveau niet de samenkomsten verstoren, maar het is een goede zaak als zij thuis onderwezen worden.

Zwijgende vrouwen (2)

Vervolg op: Zwijgende vrouwen (1)

Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt. Heeft het woord van God zich soms verspreid vanuit uw gemeente? Of heeft het enkel u bereikt? (1 Korintiërs 14:34-36 NBV)
In zijn boek Beyond Sex Roles gaat Gilbert Bilezikian in op deze tekst. Hij bespreekt het gebruik van een woord van slechts één letter (η) in deze brief. (In Waarom geen vrouwen? gaat David Hamilton hier ook op in.)
Als Paulus een voorafgaande bewering wil weerleggen, dan begint hij vaak met dit woordje. Het wordt de retorische eta genoemd. Het zou vertaald kunnen worden met Wat? of met Onzin!

Dit zou dan betekenen dat Paulus eerst zijn tegenstanders citeert en dit daarna in krachtige bewoordingen weerlegt. Dit past goed bij andere gedeelten in deze brief waar dit woordje ook gebruikt wordt.
De verzen zouden dan als volgt weergegeven kunnen worden:
"[Uw] vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Het is niet toegestaan dat ze spreken, maar ze moeten zich onderwerpen, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is schandelijk als vrouwen in de samenkomst spreken."
Onzin! Is het woord van God soms van jullie uitgegaan? Wat? Heeft het alleen jullie bereikt?
Het cursieve gedeelte is dan het citaat van Paulus' tegenstanders. De vetgedrukte woorden zijn de vertaling van de retorische eta. (Traditioneel wordt dit woordje met of vertaald of het wordt weggelaten in de vertaling.)
De wet, waar de tegenstanders naar verwijzen, is niet het oude testament (we hebben al gezien dat er niet een dergelijk verbod bestaat.) Het gaat hier dan om de menselijke traditie waar met een zeker gezag aan toekent.

Maar ook als het hier niet om een citaat van tegenstanders gaat, dan zijn er nog voldoende redenen om dit gedeelte niet als verbod op prekende vrouwen te zien...

Zwijgende vrouwen (1)

Vervolg op: Prekende vrouwen
Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt. (1 Korintiërs 14:34-35 NBV)
Er zijn een aantal vreemde zaken aan deze tekst.
  1. Sommige handschriften (de vroege Westerse teksttraditie) hebben deze verzen niet op deze plaats staan, maar pas na vers 40.
    Dit is de enige plaats in de geschriften van Paulus waar kopiisten de volgorde van zijn betoog veranderd hebben.
  2. Vers 36 lijkt natuurlijk te volgen op vers 33:
    33 want God is niet een God van wanorde maar van vrede. Zo is het in alle gemeenten van de heiligen, 36 of heeft het woord van God zich soms verspreid vanuit uw gemeente? Of heeft het enkel u bereikt?
    In de NBV is het woordje of aan het begin van vers 36 weggelaten, waarschijnlijk in verband met een natuurlijker verloop van het Nederlands. Maar als de verzen 34 en 35 weggelaten worden, dan past het woordje of prima.
    Met een dergelijke conclusie sluit ook 1 Kor. 11:16 het voorgaande af:
    Iemand die meent zo eigenzinnig te moeten zijn af te wijken van wat ik zeg, dient te bedenken dat wij noch de gemeenten van God een ander gebruik kennen.
  3. Paulus doet in vers 34 een beroep op de wet. Als het Nieuwe Testament naar de wet verwijst, dan wordt over het algemeen verwezen naar de thora, de eerste vijf boeken van het Oude Testament. Er is echter een probleem. Er staat nergens in de wet dat vrouwen niet mogen spreken in samenkomsten, of dat ze ondergeschikt moeten blijven! Trouwens, in het hele Oude Testament zal je tevergeefs naar een dergelijk gebod zoeken...
Deze merkwaardigheden en het feit dat deze verzen 1 Kor. 11:5 tegenspreken doen sommige wetenschappers tot de conclusie komen dat deze verzen niet door Paulus geschreven zijn. We zouden dan te maken hebben met een latere toevoeging aan de bijbeltekst.

Het grote probleem met deze conclusie is dat er geen handschriften zijn, die deze verzen weglaten. Daarom vind ik deze verklaring persoonlijk minder geloofwaardig.
Binnenkort meer over deze verzen.

zondag 30 april 2006

Prekende vrouwen

Er is terecht gewezen op de spanning die er is tussen 1 Korintiërs 11:5 en 1 Korintiërs 14:34.

De hoofdstukken 11 tot en met 14 uit deze brief gaan over de samenkomst van de gemeente. Het is dan ook vreemd dat in hoofdstuk 11 kledingvoorschriften gegeven worden voor tijdens het spreken, terwijl aan het eind van hoofdstuk 14 gezegd lijkt te worden dat vrouwen helemaal niet mogen spreken!
Houdt Paulus echt een hele verhandeling over het bedekken van het hoofd tijdens het spreken, om aan het eind te zeggen dat vrouwen eigenlijk helemaal niet mogen spreken? Dan had hij dat beter direct aan het begin kunnen zeggen.

Ook is het vreemd dat hij in hoofdstuk 14 heel veel aandacht besteed aan het ordelijk verlopen van de samenkomst. Welke vorm van spreken is het meest geschikt? Hoeveel mensen spreken er? Laat het spreken om de beurt gebeuren. Wat is het doel van het spreken? Iedereen krijgt de mogelijkheid om iets bij te dragen (vers 26). Krabbelt Paulus dan uiteindelijk terug door te zeggen dat dit eigenlijk niet voor vrouwen geld?
Er zit hier beslist een spanningsveld. Wie dit ontkent sluit zijn ogen voor het probleem.

Iemand zou kunnen zeggen: vrouwen mogen wel profeteren, maar niet preken.
Ik denk dat het onderscheid tussen preken en profeteren kunstmatig is en zeker niet af te leiden is uit dit gedeelte.

Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend. (1 Korintiërs 14:3)
De NBG vertaling heeft hier stichtend, vermanend en bemoedigend.

U kunt ieder op uw beurt profeteren, zodat ieder van u kan worden onderwezen en bemoedigd. (1 Korintiërs 14:31)
In dit laatste vers wordt profeteren zelfs met onderwijzen in verband gebracht. Dit zijn stuk voor stuk omschrijvingen die een goede preek niet zouden misstaan.
Ook staat in vers 31 het woord ieder (de NBG vertaling gebruikt het woordje allen). Er staat niet alle mannen!

Als in hoofdstuk 11 staat dat (in de culturele context van Korintië) het nodig was dat een vrouw tijdens het bidden en preken een hoofdbedekking moest hebben, en als hoofdstuk 14 het spreken in de gemeente verder uitwerkt zonder onderscheid tussen mannen en vrouwen, dan moet met vers 34 iets anders bedoeld worden dan wat de kerkgeschiedenis ervan gemaakt heeft.