woensdag 21 maart 2007

Schreef Priscilla de Hebreeënbrief?

Als wij iemand een brief (of een email) sturen, dan zetten we de afzender erin.
Dat was in de oudheid niet anders. Er zijn ongeveer 14000 brieven bekend vanuit de oudheid. Allemaal beginnen ze met een begroeting, waarin de schrijver zich bekend maakt... Behalve één; de brief aan de Hebreeën. Dat is een zeer opmerkelijk feit!

Een mogelijke verklaring voor dit verschijnsel is dat deze brief geschreven is door een vrouw. Om te voorkomen dat de brief niet geaccepteerd werd (in een cultuur waar vrouwen niet meetellen) is de begroeting bewust weggelaten of verwijderd.
In het boek Waarom gen vrouwen? (Cunningham/Hamilton) staat in eindnoot 25 van hoofdstuk 11 (blz. 339):
De anonimiteit is zo verbazingwekkend dat dit wordt beschouwd als één van de aanwijzingen die vrouwelijk auteurschap suggereert.
Er zijn in de loop van de kerkgeschiedenis verschillende kandidaten voorgesteld: Paulus, Clemens van Rome, Barnabas, Apollos en anderen. Tegen al deze kandidaten zijn tegenargumenten in te brengen. Maar tegen het auteurschap van Pricilla is eigenlijk niets in te brengen.

Tot slot een opsomming van enkele feiten:

  1. De Hebreeënschrijver heeft een sterke band met Rome (Hebr. 13:24). Priscilla voldoet hieraan (Handelingen 18:2).
  2. Priscilla heeft in Efeze gewerkt (Handelingen 18:18-19). Timoteüs werkte daar ook (1 Timoteüs 1:3). Efeze is een mogelijke bestemming van de Hebreeënbrief (zie ook Hebreeën 13:23.)
  3. Ze was een medewerker van Paulus (Romeinen 16:3). Sommige aspecten van de brief komen sterk overeen met Paulus' brieven.
  4. Priscilla was een leraar (Handelingen 18:24-26).
  5. In de opsomming van geloofshelden (Hebr. 11) komen ook vrouwen voor.
Het enige argument dat tegen Priscilla ingebracht kan worden is vrij zwak: Het kan geen vrouw geweest zijn...

Links:
http://www.godswordtowomen.org/studies/articles/hoppin.htm
http://www.cbeinternational.org/new/E-Journal/2006/06winter/06winterhoppin.html

zaterdag 24 februari 2007

De verlossende tendens en de ultieme ethiek

Vervolg op: De hermeneutiek van de verlossende tendens

Critici van de hermeneutiek van de verlossende tendens hebben het
bezwaar naar voren gebracht dat de methode van de verlossende tendens
een ultieme ethiek probeert te ontwikkelen die verder gaat dan de
ethiek die we in de Bijbel vinden. Dit is echter een misvatting van de methode.

We kunnen de Bijbelse voorschriften indelen volgens een meerlagenmodel. Iedere laag vertegenwoordigt dan een bepaalde graad van abstractie.















Heb uw naaste lief als uzelf.Matteüs 22:39

zeer abstract, context-onafhankelijk, ultieme ethiek

Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet. Galaten 2:10minder abstract, meer concreet
Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen.Leviticus 19:9zeer concreet, context-afhankelijk, praktische toepassing


De laatste tekst is een voorschrift voor het volk Israël is een zeer specifieke (agraïsche) setting in een bepaalde tijd. Dit voorschrift is niet meer toepasbaar in onze tijd en cultuur. We moeten een stap omhoog op de ladder en komen uit bij de zorg voor de armen. Van daaruit kunnen we weer een stap omlaag om een concrete toepassing te zoeken, die in onze eigen tijd en cultuur past. (Bijvoorbeeld voedselbanken.)
Zorg voor de armen is weer specifieker (en concreter) dan je naaste liefhebben, want dat omvat veel meer dan alleen zorg voor de armen. Je naaste liefhebben is ook uit te werken in een meer concrete toepassing als er geen armen zijn.

De ultieme ethiek verandert dus niet en ontwikkelt zich niet. Maar bij de hermeneutiek van de verlossende tendens komt de praktische uitwerking wel steeds dichter bij de bedoelingen van de ultieme ethiek. Uiteindelijk wordt zelfs de maatschappij hervormd, zodat met b.v. komt tot afschaffing van slavernij.

donderdag 15 februari 2007

Peepshow is kunst?

De rechter is van mening dat een peepshow onder het bijzondere (lage) belastingtarief valt van 6%. Een peepshow heeft immers het karakter van een toneelvoorstelling. Kunst dus...

Ik ben zelf behoorlijk terughoudend om het woord kunst in de mond te nemen, maar sinds kort noemen anderen mij componist (zie mijn andere weblog en mijn uitgever voor details.) Kunst heeft iets te maken met creativiteit, iets voortbrengen wat er nog niet was.

Ga in gedachten even mee naar de Dordtse schouwburg Kunstmin, een monument, ingericht in neobarok stijl. We zetelen ons in het pluche om de toneelvoorstelling van deze avond te aanschouwen.

Na afloop (vreemd, er was geen applaus) rukt de schoonmaakploeg aan. De sigarettenpeuken worden bij elkaar geveegd en met chloor worden de vlekken van de vloer geboend. Was er trouwens wel een aanvang en een afloop? Het publiek kwam en ging, afhankelijk van hun entreebedrag...

Ergens klopt er iets niet. Peepshow... Toneel... Kunst? Het lijkt mij een truuk om onder de belasting uit te komen.

Een ander bezwaar is, dat de vrouw als koopwaar beschouwd wordt. Haar lichaam in de etalage, is dat kunst? En de man die in een klein hokje zijn lusten zit bot te vieren. Is dat kunst?

dinsdag 13 februari 2007

Onze Moeder in de hemel?

Vervolg op: Waarom is Jezus een man? en God is geen man

Het is algemeen bekend dat de Bijbel in mannelijke beelden over God spreekt. Jezus leert ons bijvoorbeeld te bidden: Onze Vader in de hemel (Matteüs 6:9 NBV.)

Minder bekend is, dat in de Bijbel ook vrouwelijke beeldspraak wordt gebruikt als het over God gaat:
Uit welke schoot wordt het ijs geboren, wie baart de rijp van de hemel (Job 38:29 NBV)

Zoals een moeder haar zoon troost, zo zal ik jullie troosten (Jesaja 66:13 NBV)

Sion zegt: ‘De HEER heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.’ Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit. (Jesaja 49:14-15 NBV)
En in Johannes 3 wordt gesproken over opnieuw geboren worden uit de Geest (zie Johannes 3:1-8.)

Sommige metaforen vergelijken God zelfs met een moeder. Kunnen we God dan ook aanspreken met Moeder?

Er zijn er mijns inziens een aantal redenen om dit niet te doen:
  1. In veel talen worden mannelijke vormen algemeen gebruikt. "Jongens, eten!" (Dit wordt zelfs geroepen als de groep uit louter meisjes bestaat.) Voor vrouwelijke vormen geldt dit niet. Moeder zou de indruk kunnen wekken dat God een geslacht heeft.
  2. De naam Moeder zou associaties kunnen wekken met godinnenaanbidding. Het neo-paganisme kent godinnen. De God van de Bijbel is totaal anders.
  3. Moeder komt in de Bijbel niet voor als naam van God. Als we Moeder gaan gebruiken als naam voor God, dan geven wij een naam aan God waarmee Hij zichzelf niet aan ons geopenbaard heeft.

zaterdag 10 februari 2007

Waarom is Jezus een man?

Vervolg op: God is geen man

Als God niet mannelijk is, waarom kwam Jezus dan als man op aarde? Heeft dit een diepere theologische betekenis?

In de inleiding van het evangelie van Johannes lezen we:
Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (Johannes 1:14)

In 1 Johannes 4:2 staat:
De Geest van God herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God.
Verder lezen we in de Bijbel veelvuldig dat Jezus zichzelf de Mensenzoon noemt. De nadruk ligt erop dat Jezus mens werd om mensen te redden. (Zie b.v. ook Filipenzen 2:5-9)

Ook in de geloofsbelijdenissen lezen we over de menswording van Jezus.
Die voor ons mensen en omwille van ons heil uit de hemel is neergedaald. En het vlees heeft aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria: en mens is geworden (geloofsbelijdenis van Nicea)

Die om ons mensen, en om onze verlossing uit de hemel is neergedaald en vlees heeft aangenomen uit de Heilige Geest en de Maagd Maria en mens is geworden. (Apostolische geloofsbelijdenis)

Wij geloven, dat in de Persoon van Jezus Christus, de goddelijke en menselijke naturen verenigd zijn, zodat Hij waarachtig God en waarachtig mens is. (Leerstelling 4 van het Leger des Heils)
Artikel 18 van de Nederlandse geloofsbelijdenis gaat over de menswording van Gods Zoon.

Met andere woorden: het menszijn van Jezus heeft een belangrijke theologische betekenis, aan het feit dat Hij een mannelijk mens was wordt geen theologische waarde toegekend.

Nu was het in de cultuur van de eerste eeuw ondenkbaar dat een vrouw rondtrok als leraar (rabbi) die (ook) mannen onderwees. Ze zou niet serieus genomen zijn. Trouwens, mannen spraken in het openbaar niet met vrouwen. Daarom was het nodig dat Jezus als man naar de aarde kwam.

vrijdag 19 januari 2007

God is geen man

God is een man, een wijze oude man met een lange baard. Tenminste, dat is de populaire voorstelling die men van God heeft. Maar klopt dit wel?

In Numeri 23:19 (NBG) lezen we een merkwaardige tekst:
God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben.
Deze tekst staat in de tweede orakelspreuk van Bileam. In het verhaal van Bileam (Numeri 22-24) wordt regelmatig gezegd dat Bileam alleen kon zeggen wat God hem in de mond legde. Dit blijkt niet alleen maar uit de woorden van Bileam zelf, maar ook de verteller heeft dit standpunt (zie b.v. Numeri 23:16.) We kunnen er dus vanuit gaan dat vers 19 een waarheid over God weergeeft.
Het woord dat in de NBG vertaling vertaald is met man (ish) heeft als betekenis mannelijk persoon, maar er zijn meer betekenissen mogelijk. Het woord kan ook de betekenis mens hebben, vooral als het wordt gebruikt in contrast met (een) God. Ook de parallel (een bekende vorm in de hebreeuwse poëzie) met mensenkind in hetzelfde vers is een aanwijzing dat hier de betekenis mens bedoeld wordt.
De Nieuwe Bijbelvertaling vertaald dan ook terecht:
God is geen mens, dat hij zijn woord zou breken of terug zou komen op zijn besluit.
Deze tekst kan dus niet aangevoerd worden om te beargumenteren dat God geen man is.

Hoewel...
Als God geen mens is, hoe kan Hij dan een man zijn? In Johannes 4:24 lezen we dat Jezus zegt: "God is Geest". En misschien moeten we ons ook Deuteronomium 4:15-18 ter harte nemen; we moeten ons geen beeld van God vormen als man of vrouw.

Als God letterlijk mannelijk (van geslacht) zou zijn, dan moeten we tot de conclusie komen dat mannen meer beeld van God zijn dan vrouwen. Genesis 1:27 maakt ons echter duidelijk dat de mens, man en vrouw, het beeld van God is.

woensdag 3 januari 2007

Prekende vrouwen, een reactie

In een reactie op Prekende vrouwen schrijft iemand:
Graag wil ik even reageren op de volgende zin:
"Houdt Paulus echt een hele verhandeling over het bedekken van het hoofd tijdens het spreken, om aan het eind te zeggen dat vrouwen eigenlijk helemaal niet mogen spreken?"

Volgens mij staat er nergens dat het om het bidden en spreken in de gemeente gaat. Ik denk dat het om het bidden en spreken in het algemeen gaat; thuis dus. Dit zegt dus helemaal niet dat de vrouw mag spreken in de gemeente.
Naar mijn mening gaat het in deze perikoop (1 Korintiërs 11:2-16) wel degelijk over bidden en spreken in de gemeente.
  1. In de eerste eeuw kwam de gemeente samen in huizen. We hebben het dan dus over een thuissituatie, waarbij medegelovigen aanwezig zijn. Het onderscheid tussen in de gemeente profeteren of thuis profeteren is dus kunstmatig, het is een verschijnsel van onze culturele setting.
  2. In hoofdstuk 14 staat profeteren duidelijk in de context van de samenkomst (zie b.v. vers 14.) Het is onwaarschijnlijk dat Paulus in dit gedeelte aan een privé-situatie denkt, profetie is immers tot mensen gericht (zie 1 Korintiërs 14:3.)
  3. De context die op deze perikoop volgt gaat overduidelijk over de samenkomst. Gezien in deze context hoort deze perikoop bij dit gedeelte (hoofdstuk 11 t/m 14.)
  4. Het laatste vers (16) gaat over gebruiken in de gemeente, niet over gebruiken thuis of in de maatschappij.
  5. Bijbelvertalingen en commentaren gaan ervan uit dat het hier om voorschriften voor de gemeente gaat.
    De Willibrordvertaling (herziene editie 1995) geeft als preicooptitel: Man en vrouw in de eredienst.
    Het Boek zet erboven: Regels tijdens de bijeenkomsten.
    De Studiebijbel schrijft in de inleiding op 1 Korintiërs (Deel 7B, blz. 5): De apostel richt zich vervolgens op zaken betreffende de eredienst [...] (11:2-14:40).